Jongen

Hallo en…                                                                                                     
dank je wel dat je hier bent geland.
Herken je jezelf in Jongen? Of een leerling in je klas? Of allebei?
Leerlingen als Jongen kunnen je ‘puzzelen.’
Mijn naam is Jelte van der Kooi en hier vind je de beloofde informatie:

Ontmoet Jongen: Een portret van een leerling met veel Dromer-energie
Heb je wel eens een leerling in je klas die lijkt te leven in zijn eigen wereld? Een leerling die moeite heeft met het volgen van instructies of die liever alleen werkt? Misschien heb je te maken met een ‘Jongen’.

Wie is Jongen?
Jongen is een fictief personage dat staat voor 10% van de leerlingen die we in de klas tegenkomen. Hij is kalm, reflectief en bedachtzaam, maar kan soms moeite hebben met het begrijpen van complexe instructies. Jongen heeft een sterke behoefte aan alleen zijn en kan afgeleid raken door zijn verbeeldingskracht.

Waarom is Jongen in de war?

In ons blogartikel ‘Vier keer in de war’ laten we zien hoe een simpele vraag van de juf Jongen volledig in de war kan brengen. Simpele woorden als ‘even’, ‘kun’ en ‘die’ kunnen voor Jongen een hele wereld aan betekenissen hebben. Dit komt omdat Jongen een sterke ‘Dromer’-energie heeft, zoals beschreven in het Process Communication Model (PCM).

Zijn observeerbare gedrag wanneer hij niet lekker in zijn vel zit is een combinatie van de deze opsomming:
– Ik vraag niet om hulp. 
– Ik start met opdrachten maar maak ze niet af. 
– Ik ben traag met het bij elkaar zoeken van mijn spullen. 
– Ik dagdroom in de klas, vlucht naar de wc of ergens anders naar toe. 
– Ik sluit me af en wacht passief af. 
– Ik ‘verdwijn’ in de groep. 
– Lijkt de leerkracht soms niet horen of te begrijpen. 

Hoe kunnen we Jongen ondersteunen?

Gelukkig zijn er verschillende strategieën die we kunnen gebruiken om leerlingen zoals Jongen te ondersteunen. Door te begrijpen hoe Jongen de wereld ziet, kunnen we hem de juiste tools geven om te slagen.

Hier zijn 10 tips om Jongen te helpen:

  1. Geef hem de ruimte om alleen te werken.
  2. Geef duidelijke en korte instructies, één tegelijk.
  3. Help hem bij het stellen van prioriteiten.
  4. Stimuleer zijn creativiteit met tekenopdrachten.
  5. Gebruik visuele hulpmiddelen.
  6. Bied een rustige plek om te werken.
  7. Geef positieve feedback.
  8. Wees geduldig.
  9. Gebruik het Directieve communicatiekanaal. Start, als je merkt dat Jongen uit verbinding gaat, met een werkwoordsvorm:
    Beeld je in hoe je de som gaat maken; Kies met welke som je start; Vertel over twee minuten hoe je de som gaat maken.
  10. Geef tijd tussen een opdracht en het ‘aan het werk gaan.’ Daarmee ondersteun je de verbeeldingskracht van Jongen en vormt hij zich zelf een beeld van hoe hij de som gaat aanpakken.

Wil je meer weten?

Herken je deze leerling in jouw klas? Wil je meer leren over hoe je leerlingen met een ‘Dromer’-profiel kunt ondersteunen? Neem dan contact met ons op. We kunnen je helpen om een persoonlijk ondersteuningsplan te ontwikkelen.
Binnen PCM onderscheiden we zes clusters van gedrag. Daarbij gaat het over zes typen IN mensen en niet zes typen van mensen. 
Mocht je de leerling in je klas niet herkennen in het beschreven boven beschreven gedrag dan kan het zijn dat de leerling meer kenmerken van een van de andere vijf persoonlijkheidstypen heeft. Is jouw Jongen bijvoorbeeld veel ‘gerechtvaardigd boos’; legt hij ‘de verantwoordelijkheid buiten zichzelf’ of gaat hij veelvuldig ‘pleasen’ dan zou er sprake kunnen zijn van een andere dan Dromer manier om de wereld te filteren.
Dan hebben we andere, meer bij deze Jongen passende interventies. We zijn nieuwsgierig naar wat jou triggerde in mijn blog. Laat je me dat weten? 

Op www.ziez.nl kun je ons gratis e-book downloaden voor direct resultaat in jouw onderwijs.

Achtergrond Process Communication Model (PCM)

Iedereen is uniek. Je doet je best om een goede werkrelatie te hebben en te onderhouden. En tegelijkertijd schuurt dat met de dagelijkse praktijk. Hoe goed je je best ook doet, het lijkt je niet altijd te lukken om de ander te bereiken. 
Uit ervaring weet je daarnaast dat de manier waarop je iets zegt van invloed is op hoe een ander reageert. Maar hoe gaat dit in z’n werk?

Taibi Kahler, een Amerikaans klinisch psycholoog, heeft veel onderzoek gedaan naar HOE we iets zeggen. 
Hij onderzocht woorden, toon, gebaren, mimiek en lichaamshouding en kwam tot verrassende conclusies. 
Hij ontdekte observeerbare patronen in gedrag. Vrij vertaalt: bepaalde clusters van gedrag die niet alleen aangeven welke ‘taal’ iemand spreekt, maar ook hoe iemand gemotiveerd wordt, welk gedrag iemand laat zien onder stress en in welke omgeving iemand het meest op z’n gemak is. 
In totaal ontdekte hij zes clusters en gaf ze de namen Harmoniser, Gestructureerd denker, Doorzetter, Rebel, Dromer, Promotor. Hij benadrukte dat iedereen de kenmerken van al deze clusters in zich heeft. Echter één cluster is dominant. Hij noemt dit het Basistype.
Zijn ontdekkingen heeft hij samengevat in het Process Communication Model.

Het Process Communication Model® is waardevol om conflictsituaties te begrijpen en te leren hoe deze te voorkomen. Het is waardevol in de benadering van leerlingen om te observeren welke sterke karaktersterkten die leerlingen hebben en op welke wijze je hen kunt motiveren.

Wat het je oplevert:

  • Plezier en compassie in het werk en variatie in het contact met de omgeving zowel binnen het werk als daarbuiten;
  • Inzicht, voor elke deelnemer, in de achtergrond van eigen gedrag. 
  • Positieve invloed op communicatie en motivatie met elke leerling, waaronder Jongen
  • Een heldere en duidelijke visie op hoe communicatie kwalitatief efficiënter ingezet kan worden in overlegsituaties; 
  • Inzicht in manieren van communiceren en inzicht in de reactie van een ander op jouw manier van communiceren;
  • Inzicht in persoonlijke drijfveren, distressgedrag en psychologische behoefte;
  • Eigen energiehuishouding positief beïnvloeden;
  • Een mogelijkheid om te reflecteren op eigen persoonlijkheid en drijfveren; 
  • Inzicht in feedback geven en ontvangen;
  • Herkennen van eigen psychologische behoefte;
  • Eigen distress verminderen;
  • Inzicht in rol en professioneel handelen binnen de kaders en gezamenlijke afspraken.
  • Aansluiten bij de motivatie van elke leerling.
  • Inzicht in groepsprocessen in de klas en mogelijkheden om groepsdynamiek positief te laten verlopen.